De pest

cover 'De pest'

Albert Camus

19 mei 2020 | Tip van Marieke

Hoe reageert een samenleving op een fel om zich heen grijpende besmettelijke ziekte? Wij maken het aan den lijve mee. Misschien dat ik juist daarom teruggreep naar ‘De pest’ van Albert Camus. Om erover te lezen, en om misschien vooral om te zien hoe de epidemie afloopt. Want daar zijn we in deze tijd van corona nog lang niet.

In de Algerijnse stad Oran breekt in het voorjaar de pest uit. Eerst sterven er enorm veel ratten, vervolgens worden mensen ziek. En dan overlijden ze in grote aantallen. Een objectieve verteller bespreekt alle gebeurtenissen die heel herkenbaar zijn. De stad wordt afgesloten van de buitenwereld, er worden noodziekenhuizen ingericht, huisgenoten moeten in quarantaine, elke dag worden de sterftecijfers bekend gemaakt in de krant. In het begin is iedereen op zoek naar nieuws, maar allengs treedt verdoving en berusting in. Aan de hand van enkele hoofdpersonen maak je de hele epidemie mee: dokter Rieux, zijn vriend Tarrou, de journalist Rambert en ambtenaar Grand – een intrigerende man die graag een roman zou willen schrijven maar steeds niet verder komt dan de eerste zin omdat hij die perfect wil krijgen.

De pest is een aangrijpend boek, zeker nu. Het zet je aan het denken over de situatie nu, over ziekte en dood, over menselijkheid en vriendschap. Want Camus was filosoof en weeft ook filosofische ideeën door het verhaal heen.

Waar ik zo naar uitkeek: het einde. Het boek loopt in die zin goed af dat de ziekte stopt – na bijna een jaar. Waardoor is niet helemaal duidelijk. De dokter besluit de voorbije gebeurtenissen op te schrijven ‘zodat hij heel eenvoudig kon doorgeven wat je van plagen kunt leren, namelijk dat er in de mens meer te bewonderen dan te verachten valt’. Helemaal positief is het einde overigens niet: ‘Intussen wist hij dat deze kroniek niet de kroniek kon zijn van de overwinning. […] Want hij wist wat die blije menigte niet wist en wat in de boeken te lezen staat: de pestbacil sterft nooit uit en verdwijnt nooit definitief’. Laten we hopen dat de coronacrisis een positiever einde kent.


foto panellid Nicole



Marieke

Conservator oude drukken bij de Koninklijke Bibliotheek

Mijn favoriete non-fictieschrijvers zijn Hella Haasse, Jonathan
Franzen, Carolijn Visser en Jan Brokken. Ook lees ik graag historische
boeken en biografieën.

De afgelopen tijd las ik met veel plezier ‘Juliana, vorstin in een
mannenwereld’ en ‘Raadselvader’, allebei van Jolande Withuis, ‘Baltische
zielen’ van Jan Brokken en ‘De acht bergen’ van Paolo Cognetti.


Alle tips van Marieke