Quiz van de dag

We zoeken iedere werkdag een titel en een auteur. Weet jij de oplossing? Aan het eind van de week vind je hier de antwoorden.

Week 8

maandag 22 februari

dinsdag 23 februari

De temperatuur was die ochtend eind januari tot min vijftien gedaald, maar toch hadden zich aan beide kanten van de route van Capitol Hill naar het Witte Huis honderdduizenden mensen verzameld.
Samen met mijn familie bevond ik me op de hoek van Constitution en Louisiana Avenue. Bree Stone, mijn vrouw en hoofdinspecteur van het DC Metro Police Department, stond in haar onberispelijkste uniform voor me.
Rechts van me mijn twintigjarige zoon Damon. Hij had gisteravond vanuit North Carolina het vliegtuig genomen en droeg thermo-ondergoed onder zijn pak met stropdas, waarover hij een lange zwarte jas had aangetrokken. Mama Nana, mijn grootmoeder van in de negentig, was niet voor rede vatbaar geweest en had geweigerd om de gebeurtenis op tv te volgen. Ze zat in dekens gewikkeld op een klapstoeltje links van me, met een wollen ijsmuts op en haar warmste kleren aan. Jannie, mijn zeventienjarige dochter, en Ali van negen waren gekleed voor een poolexpeditie, maar ze hielden elkaar vast om het warm te krijgen en stampten met hun voeten.
‘Hoelang nog, pap?’ vroeg Ali. ‘Ik kan mijn tenen niet meer voelen.’

woensdag 24 februari

donderdag 25 februari

Zoals altijd wanneer ze aan haar moeder dacht, voelde Anna een steekje in haar maag. Het was jammer dat haar moeder niet meer meemaakte hoe goed het tegenwoordig ging met het co-ouderschap. Al had ze de laatste maanden voor haar overlijden nog wel kunnen merken dat Anna en Pieter er steeds beter uit kwamen. ‘Ik ben trots op jullie’, had ze op Sems vierde verjaardag gezegd, toen Anna en Pieter hun zoon samen voor het eerst naar de basisschool hadden gebracht.
    Anna slikte even. Ze dacht altijd al veel aan haar moeder, maar de laatste weken was dat nog meer dan anders.Eigenlijk was het vanaf het eerste moment na haar overlijden duidelijk dat Anna’s vader de klap niet meer te boven zou komen. Veertig jaar getrouwd, zelden problemen – Anna had het huwelijk van haar ouders altijd als een voorbeeld beschouwd.

vrijdag 26 februari

Toen ik klein was, had ik enkele eenvoudige verlangens. Ik wilde een hond. Ik wilde een huis met trappen: twee verdiepingen voor één gezin. Ik wilde om een of andere reden een vijfdeurs stationcar in plaats van de tweedeurs Buick, mijn vaders trots en glorie. Toen ik wat groter was, vertelde ik iedereen altijd dat ik kinderarts wilde worden. Waarom? Omdat ik het heerlijk vond om met kleine kinderen te spelen en omdat ik algauw leerde dat volwassenen dat graag wilden horen. O, een dokter! Wat goed gekozen! In die tijd droeg ik vlechtjes, commandeerde ik mijn oudere broer en presteerde ik het om altijd, wat er ook gebeurde, op school hoge cijfers te halen. Ik was ambitieus, hoewel ik eigenlijk niet precies wist wat ik wilde. Nu denk ik dat het een van de meest nutteloze vragen is die een volwassene een kind kan stellen: wat wil je later worden als je groot bent? Alsof opgroeien een keer ophoudt. Alsof je op een gegeven moment iets wordt en dat is dan dat.
 

Week 7

maandag 15 februari

dinsdag 16 februari

Ik ben makelaar in koffi, en woon op de Lauriergracht No 37. Het is mijn gewoonte niet, romans te schrijven, of zulke dingen, en het heeft dan ook lang geduurd, voor ik er toe overging een paar riem papier extra te bestellen, en het werk aan te vangen, dat gij, lieve lezer, zo-even in de hand hebt genomen, en dat ge lezen moet als ge makelaar in koffie zijt, of als ge wat anders zijt. Niet alleen dat ik nooit iets schreef wat naar een roman geleek, maar ik houd er zelfs niet van, iets dergelijks te lezen, omdat ik een man van zaken ben. Sedert jaren vraag ik mij af, waartoe zulke dingen dienen, en ik sta verbaasd over de onbeschaamdheid, waarmee een dichter of romanverteller u iets op de mouw durft spelden, dat nooit gebeurd is, en meestal niet gebeuren kan. Als ik in mijn vak -- ik ben makelaar in koffie, en woon op de Lauriergracht No 37 -- aan een principaal -- een principaal is iemand die koffie verkoopt -- een opgave deed, waarin maar een klein gedeelte der onwaarheden voorkwam, die in gedichten en romans de hoofdzaak uitmaken, zou hij terstond Busselinck & Waterman nemen.

woensdag 17 februari

donderdag 18 februari

Ze richtte zich op en zag dat ik huilde. 'Jochie,' zei ze verbaasd, 'jochie.' Ze sloeg haar armen om me heen. Ik was nauwelijks groter dan zij, voelde haar borsten tegen mijn borst, rook in de benauwenis van de omarming mijn slechte adem en haar verse zweet en wist niet wat ik met mijn armen moest doen. Ik hield op met huilen.

Ze vroeg me waar ik woonde, zette de emmers in de gang en bracht me naar huis. Ze liep naast me, in haar ene hand mijn schooltas en in haar andere mijn arm. Het is niet ver van de Bahnhofstrasse naar de Blumenstrasse. Ze liep snel en met een vastberadenheid die het me gemakkelijk maakte om haar bij te houden. Voor ons huis nam ze afscheid.

Dezelfde dag liet mijn moeder de dokter komen, die geelzucht constateerde. Ik moet mijn moeder over die vrouw hebben verteld. Ik geloof niet dat ik haar anders zou hebben bezocht. Maar voor mijn moeder was het vanzelfsprekend dat ik, zodra ik kon, van mijn zakgeld een bos bloemen zou kopen en haar zou gaan opzoeken om haar te bedanken. Zo ging ik eind februari naar de Bahnhofstrasse.

vrijdag 19 februari

Week 6

maandag 8 februari

dinsdag 9 februari

Hoe ik haar ontmoet heb. Eigenlijk twee keer. Die rooie duivelin. Maar zo noemde ik haar pas veel later, toen ze bij me weggegaan was met die slappe lul mee, en ze bij het halen van haar spullen – een naaimachine, een stofzuiger, en nog wat zielige troep – ineens als een furie net zulke grote kologen bleek te kunnen opzetten als haar moeder. Maar dat kwam ook omdat ik haar, terwijl haar minnaar voor de deur stond te posten uit angst dat ik haar molest aan zou doen, staande voor de spiegel wilde naaien. Ze sloeg haar rok terug en stampvoette als een schooljuffrouw. En toen moesten we allebei een beetje treurig lachen.

woensdag 10 februari

donderdag 11 februari

Met haar ene hand nog in haar jaszak, vingers rond de sleutel, duwde ze, toch wat aarzelend, de zware deur van de winkel open. Het antieke belletje boven de deur rinkelde een welkom en de warm gestookte lucht, gemend met de geur van hout, stof en lavendel, omarmde haar.
Statige kroonluchters verspreidden een gelig licht in de met antieke meubels en rariteiten gevulde ruimte en benadrukten het grillige schaduwspel dat haar nu deed huiveren. Ze wist niet eens waarom. Was het de stilte, die zo drukken aanwezig leek?
De Siberische winterkou duwde in haar rug en ze sloot haastig de deur achter zich. Het was de kou die haar had doen huiveren, besloot ze. Kou die ondanks de warmte, verspreid door de oude, verkleurde radiatoren, in haar lichaam bleef hangen.  

vrijdag 12 februari

Week 5

maandag 1 februari

dinsdag 2 februari

Een parkbankje, roodgeverfd. De onaangename scherpe kou van de herfst die overgaat in de winter. Amos Decker zat op het bankje, te wachten. Een spreeuw vloog voor hem langs, ontweek maar net een passerende auto voordat hij op een windvlaag omhoogschoot en verdween. Decker signaleerde het merk, het model, het kenteken en de fysieke kenmerken van iedereen in de auto voordat die verdween. Man en vrouw voorin, een kind achterin op een stoelverhoger. Naast hem een ander kind, ouder. Jaar of tien. Op de achterbumper een sticker met de tekst: mijn kind is een van de beste leerlingen van de thorncrest-basisschool. Gefeliciteerd, je hebt zojuist een psychopaat verteld waar hij je superslimme kind kan vinden.
 

woensdag 3 februari

donderdag 4 februari

Aan het eind van de winter van het jaar dat ik zestien was, besloot mijn moeder dat ik depressief was, waarschijnlijk omdat ik zelden het huis uitging, behoorlijk wat tijd in bed doorbracht, steeds weer hetzelfde boek las, onregelmatig at en in mijn overvloedige vrije tijd nogal veel nadacht over de dood.
     In alle brochures en websites en zo over kanker wordt depressiviteit altijd genoemd als een bijwerking van kanker. Maar depressief zijn is natuurlijk helemaal geen bijwerking van kanker. Depressief zijn is een bijwerking van doodgaan. (Kanker is ook een bijwerking van doodgaan. Zo’n beetje alles, eigenlijk.)
 

vrijdag 5 februari

Week 4

maandag 25 januari

dinsdag 26 januari

Er had ook een meisje uit Uitschoten examen gedaan; niemand had haar naam geweten. Maar hij zou verliefd op haar worden, of was het al. Hij wist nu tenminste wat verliefdheid te betekenen had: een grappig gevoel was het, ergens tussen je maag en je keel, in elk geval geen eeuwige trouw, zoals in dat Engelse feuilleton stond dat hij in de vakantie had gelezen.
     Verliefd op dat meisje uit Uitschoten dus?... Of op het zongeschitter in de Werfgracht, het ijle hamertinkelen, en op het lied dat ze gezongen hadden met z’n allen, voordat de conciërge hen van die schildersladder afhaalde, waarop ze zaten samengeklikt rondom en boven op het massieve, veilige lichaam van Jelle Mol…
 

woensdag 27 januari

donderdag 28 januari

Alles kan ik verdragen,
het verdorren van bonen,
stervende bloemen, het hoekje
aardappelen, kan ik met droge ogen
zien rooien, daar ben ik
werkelijk hard in.

Maar jonge sla in september,
net geplant, slap nog,
in vochtige bedjes, nee.
 

vrijdag 29 januari

Week 3

maandag 18 januari

(…) was de oudste zoon van mijn vaders mandoer en evenals ik geboren op de onderneming Kebon Djati, waar mijn vader administrateur was. Wij scheelden maar een paar weken in leeftijd. Mijn moeder hield veel van (…)’s moeder, waarschijnlijk omdat zij, als jonge Hollandse vrouw, voor het eerst in Indië, en op het afgelegen Kebon Djati vrijwel verstoken van elk contact met sekse- en rasgenoten, in de zachte opgewekte Sidris begrip en toewijding vond. De band werd versterkt door het feit dat zij beiden een eerste zwangerschap doormaakten. In de lange uren van de dag, als mijn vader op inspectie de tuinen doortrok, of werkte in zijn kantoor naast de fabriek, zaten mijn moeder en Sidris op de achtergalerij met naaiwerk en bespraken in een vertrouwelijk spel van vraag en antwoord ervaringen, angsten en wensen.
 

dinsdag 19 januari

woensdag 20 januari

donderdag 21 januari

Met de dood van de Mexicaan had hij de laatste hand gelegd aan een beroerde opdracht, een van de beroerdste die hij had gehad – smerig, gevaarlijk en zonder enig ander voordeel dan dat hij erdoor uit het hoofdkwartier had kunnen wegkomen.
     Een forse Mexicaan had een paar papavervelden. Niet voor de snijbloemen. De bloemen werden gemaaid om de opium snel en naar verhouding goedkoop te laten verkopen door de kelners van een klein café in Mexico City, Madre de Cacao genaamd. De Madre de Cacao genoot meer dan genoeg protectie. Als je opium wilde hebben, ging je maar naar binnen en met je consumptie bestelde je wat je hebben wilde.  
 

vrijdag 22 januari

Week 2

maandag 11 januari

dinsdag 12 januari

Fel scheen de septemberzon op het vliegveld Le Bourget, toen de passagiers het terrein overstaken en in het lijnvliegtuig Prometheus klommen, dat over een paar minuten naar Croydon zou vertrekken.
     Jane Grey was bijna de laatste die binnenkwam en haar plaats innam – nummer 16. Enkele passagiers waren reeds door de deur in het midden langs de piepkleine pantry en de beide wc’s, naar de voorcabine gegaan. De meesten hadden hun plaatsen al ingenomen. Aan de andere kant van het gangpad werd er al lustig op los gepraat – waarbij een nogal schelle, harde vrouwenstem het gesprek domineerde. Jane vertrok even haar mond. Dat soort stem kende zij goed.
 

woensdag 13 januari

donderdag 14 januari

Ik had je in dat steilorige hoogseizoen als een zweer met een hoefmes uit de klauwlederhuid moeten verwijderen, ik had ruimte moeten maken bij de tussenklauwspleet zodat mest en vuil ertussenuit zouden vallen en niemand je kon infecteren, misschien had ik je enkel wat moeten pellen en bijschaven met de slijper, je moeten reinigen en droogwrijven met wat zageling.
 

vrijdag 15 januari

Ik gunde mijn moeder een lieve mantelzorger, maar ik was het niet. Vanwege haar 83ste verjaardag ging ik twee dagen bij haar logeren. Het begon weer met goede voornemens, maar al snel sloeg de irritatie toe. Eigenlijk al bij binnenkomst toen ze meldde wat mijn vader van het weer zou hebben gevonden.

„Papa zou zeggen: het is mooi weer.”

Ik had mijn vader nooit over dat soort dingen gehoord, maar postuum had hij het opeens over defecte staafmixers, verdwenen sleutelbossen, een nieuw tosti-ijzer, internetbankieren, de onbegrijpelijke handleiding van het gehoorapparaat en dat er te veel aardbeiengebak was gekocht. En altijd over het weer.